OLOO CHILDREN CENTRE

De leerlingen

De bijna vierhonderd leerlingen op ‘Oloo Children Centre’ hebben gemeenschappelijk dat ze in Kibera wonen. En in die (sloppen)wijk staat de school. De leerlingen kunnen instromen vanaf de eerste klas (grade 1) en dan acht jaar lang de lessen volgen tot ze het in Kenia centraal georganiseerd landelijk examen doen. Ze kunnen starten op school op hun zesde en ronden het primair onderwijs af als ze ongeveer veertien jaar zijn. Er zijn veel kinderen die op een later moment starten. Op school wordt dan gekeken welke klas ze aan kunnen en daar worden ze geplaatst. De school probeert alle kinderen in ieder geval te houden tot en met het eindexamen. Het certificaat dat ze daarmee krijgen is tegelijk een onmisbaar toegangsbewijs voor het vervolg onderwijs. Voor kleine kinderen – vanaf vier jaar – is er de Pre-Primary school.

De school begint voor iedereen om half negen ‘s morgens. De kleintjes van de Pre-Primary school gaan om drie uur naar huis. Voor kinderen vanaf zes jaar, grade 1, is er school vanaf half negen ‘s morgens tot vijf uur ‘s middags.  Er wordt zes dagen per week les gegeven. Zaterdagmiddag is er geen school. Behalve de lessen krijgen kinderen op school ook een ‘warme’ lunch en soms een snack. (Concentreren is lastig met een knorrende maag.) Voor het voorbereiden van de lunch zijn er ook drie koks verbonden aan de school.

We stellen enkele leerlingen van de school voor.

Rozen Shaniz is een meisje van 12 die in de zevende klas (seventh standard or grade) zit; vergelijkbaar met de brugklas bij ons. Rozen woont alleen met haar moeder (Christien) en ze heeft geen broertjes of zusjes. Haar grootmoeder, naar wie ze vernoemd is, woont met neefjes en nichtjes buiten Nairobi op het platteland. Heel af en toe gaan ze daar op bezoek; groot feest.
Haar moeder had een baan als kapster maar sinds corona niet meer. Ze verdient nu af en toe wat met klusjes die ze doet. De moeder heeft zelf een paar jaar op school gezeten maar de school niet afgemaakt. Ze kan Rozen wel met het huiswerk helpen.
Rozen zit voor het derde jaar op de school en is begonnen in klas vijf. Haar favoriete vak is rekenen/wiskunde. Maar ‘leren’ is sowieso haar hobby. Als de school er niet was zou ze het ook doen. Wel een stuk lastiger dan omdat ze zelf geen telefoon of boeken heeft en dan alles zou moeten lenen. De school is geweldig omdat ze er veel kan leren en veel ‘support’ krijgt van de leraren en van de directeur. Dat heeft ze ook nodig omdat ze neurochirurg wil worden. Om wat meer over een ziekenhuis te leren is ze met een leraar van de school al op bezoek geweest in het ziekenhuis.

Mitchel Ouma is vijftien en zit in het laatste jaar (8 grade) van school. Ze zit al op deze school sinds haar zevende dus heeft alle jaren gevolgd. Nu is ze bezig met de voorbereiding voor het afsluitend eindexamen (Kenya Certificate of Primary Education (KCPE)). Dat is hard werken voor haar. 2020 was natuurlijk een lastig jaar omdat de school bijna het hele jaar dicht wat. Ze heeft zoveel mogelijk nog gestudeerd door veel naar een educatief kanaal op tv te kijken. Zij vindt wereldoriëntatie vakken (science) het fijnst en dan vooral alles over het menselijk lichaam (biologie). Ze wil stewardess worden voor Kenya Airways. Met een leraar van de school heeft ze het vliegveld bezocht om een keer een vliegtuig van heel dichtbij te zien. 
Mitchel woont naast de school met haar moeder en in totaal vijf broertjes en zusjes. Zij is de één na oudste. Haar vader woont ergens anders. Ze kent hem wel maar vanwege huiselijk geweld zijn haar ouders apart gaan wonen. Haar jongste zusje van tien zit ook op de school. Haar moeder is dagarbeider. Soms is er werk, vaker niet.
School is geweldig vanwege de steun die ze van iedereen krijgt en natuurlijk de leuke dingen die je er leert.

De leraren

Er werken 24 leraren op de school die hun opleiding hebben genoten aan de Keniaanse lerarenopleiding (vergelijkbaar met het Nederlandse systeem). Ze zijn zowel groepsleraar als vakdocent. We stellen Billy Wasonga voor.

Billy Wasonga werkt al twaalf jaar op deze school. Toen hij begon, bestond de school drie jaar. Dat hij er is gaan werken en ook wil blijven werken heeft veel te maken met de geweldige leiding op school. Hij voelt zich door directeur en initiatiefneemster Judy Oloo gezien en gehoord. Maar vooral ook omdat hij binnen de school collega’s en mogelijkheden vindt die zijn missie voor de samenleving waarin hij woont, delen. De school kan en moet het verschil maken voor de kinderen die opgroeien in Kibera. Binnen Oloo Children Centre zijn er mensen en omstandigheden die samen staan voor die opdracht: zorg dat de kinderen Kibera ontgroeien en zich zo kunnen ontwikkelen dat ze een toekomst hebben die anders is dan die van hun ouders; meestal van hun moeder. Daar wil hij zich voor inzetten en dat is meer waard dan een wat hoger regulier inkomen en vaste baan op een public school.  Belangrijk onderdeel binnen Oloo Children Centre is dat ze meer doen dan waar school theoretisch voor staat. Kinderen uit Kibera hebben ook meer nodig omdat ze van huis uit maar weinig meekrijgen. Ook kinderen die heel hard hun best doen hebben extra hulp nodig. De school probeert dat te bieden en kinderen zo breed mogelijk te steunen bij hun ontwikkeling. Heel praktisch betekent dat bijvoorbeeld met kinderen op excursie gaan naar plekken buiten Kibera. Billy gaat met kinderen naar het park of naar musea of naar een locatie die past bij het beroep dat ze willen gaan uitoefenen. Daarvoor is alleen de theorie niet genoeg. Juist daarom wordt op school ook drama en muziek gegeven en veel sport. Daarnaast zijn er activiteiten als ‘girls talk’, ‘health club’ en veel handenarbeid. Kinderen kunnen voor deze ‘niet-examenvakken’ ook zelf keuzes maken. Niet iedereen houdt evenveel van sporten of praten!
Billy vindt het net als zijn collega’s vooral ook heel belangrijk dat meisjes onderwijs volgen. De kans dat ze heel jong al zwanger worden, is kleiner als ze naar school gaan. Corona heeft dat weer eens pijnlijk duidelijk gemaakt. Juist om die reden is er ook tijdens de verplichte school sluiting (lock down) zoveel als mogelijk contact geweest met leerlingen. Ze kregen een maaltijd en dat maakte dat ze toch naar school kwamen.
Er wordt met leerlingen gepraat over het respect hebben voor elkaar maar zeker ook voor jezelf en je eigen lichaam. Gesprekken gaan over hun (levens)loopbaan en wat ze kunnen bereiken met het onderwijs. De invloed van de school is beperkt maar is er wel en zeker meisjes voelen zich daardoor gesteund. De invloed wordt groter als er een goede en vertrouwde relatie is met de leerlingen. Ze moeten zich gezien, gehoord en gemist voelen.  
Leerlingen worden geholpen bij het zoeken naar een school voor vervolgonderwijs. In Kenia is enige jaren vervolgonderwijs (beroeps- of algemeen vormend) cruciaal voor het krijgen van een vaste baan. Cognitieve capaciteiten beïnvloeden de keuze die er is maar meer nog gaat het om het contact leggen met scholen voor vervolg onderwijs. Als het even kan wordt die school buiten Kibera gezocht zodat kinderen ook voor hun dagelijkse activiteiten kennismaken met die andere wereld. 
Vervolgonderwijs is niet gratis en vraagt een relatief forse bijdrage van ouders die er meestal niet is. Oloo Children Centre spaart hiervoor en probeert financieel te ondersteunen waar mogelijk. Scholen binnen Kibera zijn goedkoper dan die er buiten dus de financiële mogelijkheden zijn zeker ook van invloed op de gemaakte keuze.
Bijzonder is dat hij juist bij individuele leerlingen ziet dat de school veel voor hen betekend heeft. Ze komen na hun vervolgonderwijs buiten Kibera terug op school; op bezoek maar ook om op hun beurt bij te dragen aan het onderwijs. Uiteindelijk zullen die leerlingen zijn opdracht overnemen. Hij ziet dat ze wat geworden zijn, en daar doet hij het voor.

Een korte geschiedenis van het Oloo Children Centre

Judy Oloo, oprichtster en directeur van de school, woont zelf in Kibera, de (sloppen)wijk waar de school staat. Zij zag in haar omgeving veel kinderen die niet naar school gaan omdat er in Kibera officieel geen door de overheid bekostigd onderwijs (public school) is. Ze is gestart met een schooltje voor kinderen uit haar omgeving waarvan ze wist dat de ouders niet de (reis) kosten konden maken die nodig zijn om naar school te gaan. Ze wilde die kinderen helpen en ‘laten leren’.  Ze gaf op dat moment zelf nog les in een andere school.
Judy is begonnen met dertig kleuters in een kleine ruimte die ze in de omgeving vond. De kinderen waren 3, 4 en 5 jaar. Kinderen worden vanzelf ouder en toen ze meer ruimte kreeg, konden deze kinderen op school blijven en groeide de school eigenlijk vanzelf door mond op mond reclame, broertjes en zusjes et cetera.
Voorjaar 2021 zitten er 372 kinderen op school.

Leerlingenpopulatie januari 2021
Voorschoolse opvang: 36 kinderen
Pre-primary 1: 34 kinderen
Pre-primary 2: 38 kinderen
Grade 1-36*
Grade 2-34
Grade 3-36
Grade 4-36
Grade 5-34
Grade 6-31
Grade 7-29
Grade 8-28  

*Grade 1 is vergelijkbaar met de Nederlandse groep 3 in het primair onderwijs. Kinderen in Kenia zitten tot hun veertiende in het primair onderwijs.

Kibera, de sloppenwijk

Oloo Children Centre staat in Kibera, de grootste sloppenwijk van Nairobi. Het aantal inwoners van Kibera is moeilijk precies aan te geven, maar genoemd wordt twee miljoen waaronder 500.000 kinderen. De bevolkingsdichtheid is groot en relatief veel verweesde kinderen vinden daar hun woonplek.
De wijk bestaat al sinds begin twintigste eeuw. Keniaanse soldaten die terugkeerden van de eerste wereldoorlog werden door het Britse koloniale bewind beloond met een huis in dit gebied en die nederzetting is gigantisch uitgegroeid. Toen Kenia in 1963 onafhankelijk werd, verbood de regering wonen in Kibera maar toch zijn er altijd mensen blijven wonen. Te hoge huurprijzen van de bestaande woningen heeft tot de bouw van veel sloppenwoningen geleid. Omdat het officieel geen woongebied is, worden er door de overheid geen scholen gebouwd en ontbreekt een wegennet waardoor veel huizen alleen te voet te bereiken zijn.
Die omstandigheden maken dat er inmiddels veel privéscholen voor primair en voortgezet onderwijs zijn gebouwd en geopend. Oloo Children Centre is zo’n school in een van de deelwijken van Kibera.

Het onderwijssysteem in Kenia

Voorafgaand aan het verplichte primair onderwijs zijn er babyklassen of kinderdagverblijven voor kinderen vanaf drie jaar. Daarvoor moet betaald worden en maar weinig mensen maken daar gebruik van. Ongeveer vanaf hun vierde kunnen Keniaanse kinderen naar de Pre-Primary school (PP1 en PP2). De pre-primary school is een school vergelijkbaar met wat vroeger ons kleuteronderwijs en wat nu de  eerste groepen van het primair onderwijs (groep 1 en 2) zijn.   
Vanaf zes jaar start voor kinderen in Kenia het verplichte (primair) onderwijs in een Primary school. De verplichting is er sinds 2003 en in principe is dit onderwijs gratis. Er moet wel betaald worden voor een uniform, boeken en examens, wat het toch financieel lastig maakt voor een aantal ouders. De meeste scholen voor primair onderwijs zijn publieke dagscholen, maar er zijn ook publieke kostscholen en daarnaast de privéscholen die niet door de overheid bekostigd worden. Privéscholen zijn vaak dure, door rijke ouders bekostigde scholen, maar ook scholen zoals het Oloo Children Centre die dankzij de vrijwillige inzet van Kenianen en vaak gesteund door internationale sponsoren kunnen bestaan.
In het primair onderwijs krijgen kinderen de volgende vakken: taal (Engels en Kiswahili); rekenen/wiskunde; geschiedenis; aardrijkskunde; Biologie, natuur-/scheikunde (science); handenarbeid (crafts) en godsdienst/maatschappijleer. Daarnaast zijn er sportlessen.
De school kent acht klassen (grades of ook wel standard 1 tot en met 8), op hun veertiende verlaten ze deze school. De primary school wordt afgesloten met een landelijk examen en als kinderen dat halen krijgen ze het Kenya Certificate of Primary Education (KCPE). Kinderen doen examen in vijf vakken: Kiswahili; Engels;  rekenen/wiskunde; biologie, natuur-/scheikunde (science) en godsdienst/maatschappijleer. Het maximaal aantal te behalen punten is vijfhonderd, honderd per vak. Honderd punten is vergelijkbaar met een tien bij ons.
Het voortgezet of secundair onderwijs duurt daarna nog vier jaar.[1] Net als in Nederland is er onderscheid tussen beroepsgericht voortgezet onderwijs en algemeen vormend voortgezet onderwijs. Afhankelijk van het aantal punten dat gehaald is met het KCPE wordt gekozen voor een beroepsgerichte opleiding die programma’s aanbiedt voor alle denkbare beroepen.
Kinderen die goed scoren kunnen naar de ‘Highschool’. Dit algemeen vormend voortgezet onderwijs is eveneens vier jaar. De goede leerlingen kunnen, als er geld voor is en ze hun Kenya Certificate of Secondary Education met voldoende goede scores gehaald hebben, daarna naar de universiteit. Voor de anderen is dit het eindniveau.
Ongeveer 85% van de Keniaanse kinderen gaat volgens de officiële cijfers naar een primary school. Juist dankzij de gesponsorde privéscholen kunnen er meer kinderen naar school. Voor 24% van de kinderen is er daarna vervolgonderwijs en slechts 2% gaat naar de universiteit of hogeschool.


[1] Kenia wil het systeem aanpassen tot zes jaar primair onderwijs, gevolgd door vijf/zes jaar voortgezet en daarna eventueel nog vier jaar universiteit.

%d bloggers like this: